Schedel-perentaartjes met Canisius Appelstroop
Wat heb je nodig (voor 6 taartjes):
-
3 stevige peren (bijv. Conference of Gieser Wildeman)
-
500 ml water
-
200 ml rode bessensap
-
3 el Canisius appelstroop
-
1 kaneelstokje
-
2 kruidnagels
-
150 g bloem
-
25 g cacaopoeder
-
100 g koude boter, in blokjes
-
50 g poedersuiker
-
1 eidooier
-
2–3 el koud water
- 4–5 el aardbeien- of frambozenjam
Zo maak je het:
-
Schil de peren en halveer ze. Snijd met een klein mesje voorzichtig oogjes, een neus en een mondje uit zodat er een ‘schedelgezicht’ ontstaat.
-
Breng het water, bessensap, appelstroop, kaneelstokje en kruidnagels aan de kook. Leg de peren erin en stoof ze in 20–25 minuten zacht en mooi rood. Laat afkoelen.
-
Meng bloem, cacao, boter en poedersuiker tot een kruimelig deeg. Voeg eidooier en water toe en kneed kort tot een samenhangend deeg. Laat 30 minuten rusten in de koelkast.
-
Rol het deeg uit en bekleed kleine taartvormpjes. Prik de bodem in met een vork.
-
Verdeel een beetje jam over de bodem, leg er een stoofpeerhelft op.
-
Bak de taartjes 20–25 minuten op 180°C tot de bodem gaar is.
-
Serveer ze warm of op kamertemperatuur.
Dit gerecht delen:
